De maand is al weer halverwege en het is tijd voor een nieuwe parel. Ditmaal het Maarts viooltje, die op vele plekken in het Heempark te vinden is. Mooie blauwe bloempjes, heel vroeg al in bloei. Ze houden van schaduwrijke plaatsen, waarvan er genoeg in het Heempark zijn.
Maarts viooltje
De naam zegt het al: dit viooltje bloeit in maart en is daarmee een vroege voorjaarsbloeier. Ze staan op diverse plekken in het Heempark. Het Maarts viooltje (Viola odorata) is een vaste plant uit de viooltjesfamilie (Violaceae). Viola is een verkleinwoordje van het Griekse ion, oorspronkelijk vion, waarmee welriekende planten aangeduid werden. De soortaanduiding odorata wijst erop dat de plant een duidelijke geur verspreidt. Het maarts viooltje heeft een wortelstok met kruipende uitlopers. De plant wordt 5–15 cm hoog. Het is een tweeslachtige plant. De bloemen groeien in de bladoksels van de rozetbladeren. De bloemen zijn alleenstaand op een steeltje en zijn diep paarsblauw met in het midden een wittig honingmerk. De bloem geeft nectar aan vroege vlinders. Zij zorgen ook voor bestuiving, evenals wilde bijen, maar omdat het dan vaak nog zo koud is, heeft dit niet veel resultaat. Eerder zal er zaad gevormd worden in het najaar door de secundaire - zogenaamde 'cleistogame' – bloemen die tussen de bladeren verschijnen en zelfbestuivend zijn. Behalve de namen Maarts en Welriekend viooltje wordt de plant op enige plaatsen ook Blauw viooltje en Bosviooltje genoemd.

Er staan er niet veel in het Heempark, maar ze zijn er wel! De krokussen. De krokus (crocus) is een geslacht uit de lissenfamilie (Iridaceae), dat wel 90 soorten omvat; een derde hiervan is herfstbloeier. De afmetingen verschillen per soort van zo’n 10 tot wel 20 centimeter. De voorjaarskrokus (februari-maart) heeft geurige bloemen in heldere kleuren, zoals wit, geel en blauwviolet in alle schakeringen. De trechtervormige bloemen zitten op korte stengels. Ze heeft zes gelijkvormige bloemblaadjes in twee cirkels. De bladeren zijn lang, smal, grasachtig met een lichte middenstreep en lopen spits toe. Het gebladerte verschijnt voor of samen met de bloem. Krokussen zijn vooral afkomstig uit de bergen rond de Middellandse Zee. Het grootste aantal soorten is afkomstig uit de Balkan en Klein-Azië.
Symboliek
De krokus staat symbool voor de lente, blijdschap en “kwets me niet”. Ze is de bloem van Aurora, de dageraad. Het is een teken van hoop en vriendschap. De krokus is een van de eerste bloeiers van het jaar. Zodra je denkt dat de natuur nog slaapt, piept daar ineens een krokus tevoorschijn: kleine bloem, groot gebaar voor een nieuw begin.

Vroeger werd dood hout verwijderd, maar nu juist behouden omdat de ecologische waarde ervan wordt ingezien. Dood hout zorgt namelijk voor een explosie aan leven . En hoe meer dood hout er blijft liggen hoe hoger de soortenrijkdom aan insecten en andere organismen. Het dient als voedsel en schuilplaats en vormt een humuslaag op de bodem.Voor allerlei doeleinden ….Mossen en korstmossen gebruiken het als groeiplaats en ook allerlei schimmels groeien erop. Insecten als springstaarten en pissebedden en ook regenwormen voeden zich met rottend hout.
De afbraak van het hout vermindert tevens de bodemverzuring, die wordt veroorzaakt door de stikstofdepositie.In dode bomen nestelen vleermuizen en spechten en de takken zijn vaak uitkijkposten voor verschillende soorten vogels. Als bomen door een storm worden geveld, dienen ze jaren als voedselbron voor allerlei soorten dieren. In het Heempark ligt al jaren zo’n boom bij de ingang van het bospad. En elk jaar vergaat de boom een stukje verder dankzij het werk van insecten en schimmels.

Voeding is essentieel is voor vogels: om hun lichaam op temperatuur te houden, om te overleven envoor de voortplanting.
Het voeren van vogels in tuinen en parken komt veel voor.
Traditioneel werden tuinvogels vooral’s winters gevoerd tijdens vorst. Tegenwoordig is die periode veel ruimer. In het Heempark bevindtzich een groot scala aan bessen dragende planten, bomen en struiken, waar de vogels zich tegoedaan kunnen doen. Daarnaast worden ze gedurende de wintermaanden actief bijgevoerd. Er hangendiverse voederstations, die wekelijks worden bijgevuld, soms zelfs vaker.
Elk vogeltje eet zoals het gebekt is, letterlijk.
Ze zoeken het eten dat bij ze past. De vorm van desnavel is hierbij (mede-)bepalend voor welk voer ze kiezen. In het Heempark worden diversesoorten voer “aangeboden”, allemaal van goede kwaliteit: zaden, pinda’s (gedopt en ongedopt),strooivoer, vetbollen en vogelpindakaas in potten.We zien vooral veel soorten mezen, roodborstjes, merels, lijsters, mussen, winterkoninkjes,boomklevers en -kruipers en nog diverse andere gevederde vrienden.
Hoe weet een vogel waar voedsel te vinden is?
Ten eerste door het gebruik van hun zicht. Ze kunnenal van grote afstand voedsel zien, vooral als het beweegt of glinstert. Ook luisteren ze naarspecifieke geluiden van prooien of voedselbronnen. Hoewel vogels geen sterke reukzin hebben,kunnen sommige toch geuren detecteren. Tot slot lokaliseren ze voedsel met hun snavel en poten,vooral in modder en onder bladeren. Daarnaast wordt beweerd, dat vogels voedselbronnen kunnenonthouden en “kennis opbouwen” over waar en wanneer er iets te halen valt. Ook vindt er “sociale interactie” plaats: ze geven elkaar tips.
Aanplant struiken in Heempark
Om de biodiversiteit in het park te versterken, worden er - naast de al aanwezige bomen en kruiden - struiken aangeplant. Zo ontstaat er een mooie gelaagdheid van hoog naar laag.Struiken zijn ook heel geschikt voor het planten van een haag. Rondom tuinen van woningen zie je nog steeds veel hagen, meestal van liguster- en beukenplanten.In het Heempark worden struiken zowel afzonderlijk als in hagen geplant.
Bijdrage biodiversiteit
De meerwaarde van deze planten is de bloei in de lente-/zomertijd en de vruchtvorming, de bessen in herfst-/wintertijd. Daar profiteren tal van insecten en vogels van. Tijdens een wandeling in deze periode vallen de rode bessen van de kardinaalsmuts en de bottels van de rozenstruiken het meeste op. Voor het waarnemen van de zwartgekleurde bessen van de berberis, sleedoorn en liguster is het goed opletten. Als alle bladeren van de bomen en struiken zijn gevallen, komt weer de gelegenheid om op verschillende plaatsen nieuwe aanplant aan te brengen.
Volgens de geïllustreerde Flora van Nederland (E. Heimans en Jac. P. Thijsse) behoort Hop (Humulus) tot de Brandnetelfamilie, Urticaceae, waartoe ook vijg, moerbei en hennep behoren. Hop is een tweehuizige, vaste, rechts windende klimplant. Bloemen verschijnen van juli tot september, groeien in pluimen bij de mannelijke bloeiwijzen, bij de vrouwelijke bloeiwijzen ontwikkelen zich meerdere bloemen de “hopbellen”, eivormige licht groene vruchtkegels die in wijdvertakte trossen aan de klimplant hangen.De hopbellen worden gebruikt als grondstof voor bier en dient tegelijk als conserveermiddel en smaakmaker (bitter). Hop kwam vaak in plaats van gruit (mengsel van gagel, jeneverbas, karwij o.a.)Hop groeit op voedselrijke, gewoonlijk vochtige grond, in elzen- en wilgenbossen en klimt graag in doornstruwelen. In ons Heempark nu te zien bij de bosrand langs de vijver.
