
Waarom een Pareltje van de Maand in twee delen? Omdat de Braam een behoorlijk deel van het grondoppervlak van het Heempark beslaat en wij als vrijwilligers er - relatief gezien - veel tijd aan besteden.
De Braam: een groene parel?
Groen zijn ze wel, maar parels? Als je deze “parel” zijn gang laat gaan, overwoekert hij binnen de kortste keren het hele Heempark. We hebben het hier niet over een “invasieve exoot”, nee dit is de braam. Rubus is de officiële botanische naam van dit plantengeslacht uit de rozenfamilie. En ja, de braam is zeer aanwezig in ons mooie Heempark.
Volgens Wikipedia komen er in Nederland en België meer dan 200 soorten voor, in ons park hebben we er naar schatting een stuk of vijf, waaronder de Rubus vestitus en het Subgenus (ondersoort) Anoplobatus Focke.
Oké, iedereen kent ze wel, die bramen.
Ze vormen lange stekelige stengels die- afhankelijk van de soort - recht omhoog gaan of boogvormig terugbuigen naar de grond. Die laatste kunnen vervolgens weer wortelen en zo grote oppervlakten bedekken. De stengels kunnen verhouten, maar sterven dan na twee of drie jaar af. Dan zie je lichtbruine, scherpe, soort van takken op de grond. De braam behoort dus tot een aparte groep tussen de kruidachtige vaste planten en de houtige struiken. We zien ze hier bloeien van eind mei tot september. Hun bloemen zijn roze tot wit. In de tweede helft van het jaar verschijnen dan de befaamde rode tot zwarte bessen. De vruchten hebben een zoete smaak, als ze rijp zijn. Ze zijn eetbaar en worden soms verwerkt in bijvoorbeeld jam. Je kunt van de bladeren van de braam blijkbaar ook kruidenthee trekken.
Wordt vervolgd!

De koningsvaren (Osmunda regalis L.) is een grote opvallende varensoort die wel 2-3 meter hoog kan worden . De bladeren zijn heel fijn gezaagd.

Foto: De schijnaardbei (potentilla indica)
De schijnaardbei (potentilla indica) komt voor op schaduwrijke plekken in tuinen in stedelijke omgeving, maar ook in loofbossen op vochtige, voedselrijke bodems.De naam ‘Schijnaardbei’ is ontleend aan het feit dat deze plant heel veel overeenkomsten vertoont met de Bosaardbei, de inheemse soort die in Nederland voorkomt. Een betere benaming zou ‘Fopaardbei‘ zijn geweest, omdat beide soorten een schijnvrucht, de aardbei, ontwikkelen.

De Ossentong (Anchusa officinalis) is een vaste plant en behoort tot de ruwbladigenfamilie.
Een echte vasteplant
Ossentong is een tweejarige vaste plant met lange wortels in de bodem. Soms wel tot een meter diepte. De plant heeft kleine en toch opvallende saffierblauwe bloemen die vanaf mei tot in de herfst bloeien.
Ossentong
De bladeren van deze plant zijn ruwbehaard, waaraan de plant zijn Nederlandse naam ontleent: ruw als de tong van een os of koe. Ossentong vind je in Nederland vooral in de duinen , maar ook op ruige enigszins verwilderde plekken, zoals in het Heempark het geval is. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als vrij zeldzaam en stabiel of toegenomen.
Een nuttige plant
Insecten bezoeken de planten graag vanwege de nectar, vooral hommels en bijen. Vroeger werd de plant voor medicinale doeleinden gebruikt als middel tegen darmklachten en om de stoelgang te bevorderen.
In het Heempark zien we ze steeds meer: kievitsbloemen. En niet alleen de paarsige variant, ook de witte! In de vrije natuur is de wilde kievitsbloem in Nederland zeer zeldzaam.

De Paarse kievitsbloem
Lees meer: Pareltje van de maand april 2026: De Kievitsbloem
De maand is al weer halverwege en het is tijd voor een nieuwe parel. Ditmaal het Maarts viooltje, die op vele plekken in het Heempark te vinden is. Mooie blauwe bloempjes, heel vroeg al in bloei. Ze houden van schaduwrijke plaatsen, waarvan er genoeg in het Heempark zijn.
Maarts viooltje
De naam zegt het al: dit viooltje bloeit in maart en is daarmee een vroege voorjaarsbloeier. Ze staan op diverse plekken in het Heempark. Het Maarts viooltje (Viola odorata) is een vaste plant uit de viooltjesfamilie (Violaceae). Viola is een verkleinwoordje van het Griekse ion, oorspronkelijk vion, waarmee welriekende planten aangeduid werden. De soortaanduiding odorata wijst erop dat de plant een duidelijke geur verspreidt. Het maarts viooltje heeft een wortelstok met kruipende uitlopers. De plant wordt 5–15 cm hoog. Het is een tweeslachtige plant. De bloemen groeien in de bladoksels van de rozetbladeren. De bloemen zijn alleenstaand op een steeltje en zijn diep paarsblauw met in het midden een wittig honingmerk. De bloem geeft nectar aan vroege vlinders. Zij zorgen ook voor bestuiving, evenals wilde bijen, maar omdat het dan vaak nog zo koud is, heeft dit niet veel resultaat. Eerder zal er zaad gevormd worden in het najaar door de secundaire - zogenaamde 'cleistogame' – bloemen die tussen de bladeren verschijnen en zelfbestuivend zijn. Behalve de namen Maarts en Welriekend viooltje wordt de plant op enige plaatsen ook Blauw viooltje en Bosviooltje genoemd.

Er staan er niet veel in het Heempark, maar ze zijn er wel! De krokussen. De krokus (crocus) is een geslacht uit de lissenfamilie (Iridaceae), dat wel 90 soorten omvat; een derde hiervan is herfstbloeier. De afmetingen verschillen per soort van zo’n 10 tot wel 20 centimeter. De voorjaarskrokus (februari-maart) heeft geurige bloemen in heldere kleuren, zoals wit, geel en blauwviolet in alle schakeringen. De trechtervormige bloemen zitten op korte stengels. Ze heeft zes gelijkvormige bloemblaadjes in twee cirkels. De bladeren zijn lang, smal, grasachtig met een lichte middenstreep en lopen spits toe. Het gebladerte verschijnt voor of samen met de bloem. Krokussen zijn vooral afkomstig uit de bergen rond de Middellandse Zee. Het grootste aantal soorten is afkomstig uit de Balkan en Klein-Azië.
Symboliek
De krokus staat symbool voor de lente, blijdschap en “kwets me niet”. Ze is de bloem van Aurora, de dageraad. Het is een teken van hoop en vriendschap. De krokus is een van de eerste bloeiers van het jaar. Zodra je denkt dat de natuur nog slaapt, piept daar ineens een krokus tevoorschijn: kleine bloem, groot gebaar voor een nieuw begin.

Vroeger werd dood hout verwijderd, maar nu juist behouden omdat de ecologische waarde ervan wordt ingezien. Dood hout zorgt namelijk voor een explosie aan leven . En hoe meer dood hout er blijft liggen hoe hoger de soortenrijkdom aan insecten en andere organismen. Het dient als voedsel en schuilplaats en vormt een humuslaag op de bodem.Voor allerlei doeleinden ….Mossen en korstmossen gebruiken het als groeiplaats en ook allerlei schimmels groeien erop. Insecten als springstaarten en pissebedden en ook regenwormen voeden zich met rottend hout.
De afbraak van het hout vermindert tevens de bodemverzuring, die wordt veroorzaakt door de stikstofdepositie.In dode bomen nestelen vleermuizen en spechten en de takken zijn vaak uitkijkposten voor verschillende soorten vogels. Als bomen door een storm worden geveld, dienen ze jaren als voedselbron voor allerlei soorten dieren. In het Heempark ligt al jaren zo’n boom bij de ingang van het bospad. En elk jaar vergaat de boom een stukje verder dankzij het werk van insecten en schimmels.

Voeding is essentieel is voor vogels: om hun lichaam op temperatuur te houden, om te overleven envoor de voortplanting.
Het voeren van vogels in tuinen en parken komt veel voor.
Traditioneel werden tuinvogels vooral’s winters gevoerd tijdens vorst. Tegenwoordig is die periode veel ruimer. In het Heempark bevindtzich een groot scala aan bessen dragende planten, bomen en struiken, waar de vogels zich tegoedaan kunnen doen. Daarnaast worden ze gedurende de wintermaanden actief bijgevoerd. Er hangendiverse voederstations, die wekelijks worden bijgevuld, soms zelfs vaker.
Elk vogeltje eet zoals het gebekt is, letterlijk.
Ze zoeken het eten dat bij ze past. De vorm van desnavel is hierbij (mede-)bepalend voor welk voer ze kiezen. In het Heempark worden diversesoorten voer “aangeboden”, allemaal van goede kwaliteit: zaden, pinda’s (gedopt en ongedopt),strooivoer, vetbollen en vogelpindakaas in potten.We zien vooral veel soorten mezen, roodborstjes, merels, lijsters, mussen, winterkoninkjes,boomklevers en -kruipers en nog diverse andere gevederde vrienden.
Hoe weet een vogel waar voedsel te vinden is?
Ten eerste door het gebruik van hun zicht. Ze kunnenal van grote afstand voedsel zien, vooral als het beweegt of glinstert. Ook luisteren ze naarspecifieke geluiden van prooien of voedselbronnen. Hoewel vogels geen sterke reukzin hebben,kunnen sommige toch geuren detecteren. Tot slot lokaliseren ze voedsel met hun snavel en poten,vooral in modder en onder bladeren. Daarnaast wordt beweerd, dat vogels voedselbronnen kunnenonthouden en “kennis opbouwen” over waar en wanneer er iets te halen valt. Ook vindt er “sociale interactie” plaats: ze geven elkaar tips.
